Geloofsbelijdenis

Wij geloven:

Dat de bijbel het enige geïnspireerde, onfeilbare en gezaghebbende Woord van God is.
Joh. 16:13; 2 Timoteüs 3: 15-17; 2 Petrus 1:21; 1 Thessalonicenzen 2:13

Dat er één God is, voor eeuwig bestaand uit drie personen, Vader, Zoon en Heilige Geest. Deuteronomium 6:4; Jesaja 43:10,11; Matheüs 28:19; Lucas 3:22; Joh. 14:16

In het God-zijn van onze Heer Jezus Christus,
Joh. 1:1, 14; 20:28-29; Filippenzen 2: 6-11; Jesaja 9:6; Colossenzen 2:9

In Zijn maagdelijke geboorte,
Matheüs 1:18; Lucas 1: 34-35; Jesaja 7:14

Dat Zijn leven zonder zonde was,
2 Cor. 5:21; Hebreëen 4:15; 7:26-27; 1 Joh. 3:5; 1 Petrus 2:22

in Zijn wonderen,
Matheüs 4:23; Lucas 6:17-19; Johannes 3:2

In Zijn plaatsvervangend en verzoenend sterven door Zijn vergoten bloed,
Col. 1:14, 20; Romeinen 5:8-9; Efeziërs 1:7

In Zijn lichamelijke opstanding,
1 Cor. 15:3-4; Lucas 24: 4-7; 36-48; Openbaring 1: 17-18

in Zijn ten hemel varen naar de rechterhand van de Vader,
Handelingen 2: 33, 5:30-31; 1 Petrus 3:22

En dat Hij persoonlijk met kracht en heerlijkheid zal terugkomen.
Handelingen 1:11; Filippenzen 2:9-11; 1 Thessalonicenzen 1:10; 4:13-18; Johannes 14:1-3

Dat rechtvaardiging door het geloof in het verzoenend werk van Jezus Christus en vernieuwing door de Heilige Geest absoluut essentieel zijn voor de redding van de verloren en zondige mens.
Romeinen 3: 24-25; Joh. 3:3-7; 1 Joh. 5:11-13; Efeziërs 2:1-16; Openbaring 5:9; Handelingen 4: 12; 1 Cor. 6:11

Dat de christelijke locale gemeente functionerend onder het gezag van onze Heer Jezus Christus als eerste gebruikt zal worden voor het werk van het Koninkrijk van God. Aan de gemeente zijn de inzettingen van de doop van de gelovige en het Heilig Avondmaal toevertrouwd.
Handelingen 2: 41-47; 16:4-5; Matheüs 16:18; 28:18-20; Efeziërs 1:22-23; 1 Cor. 12; 1 Cor. 11:23-26

In de huidige bediening van de Heilige Geest welke inhoudt: de doop in de Heilige Geest als een aparte ervaring, los van vernieuwing; dat Hij in ons woning maakt waardoor de christen in staat is een goddelijk leven te leiden; Zijn bovennatuurlijke gaven en bekrachtiging van de gemeente voor het werk, leven en aanbidding.
Lucas 24:49; Handelingen 1: 4-8; 2:1-4; 10:44-46; 1 Cor. 12, 14

In de Wederkomst van Jezus Christus, om Zijn Koninkrijk in ontvangst te nemen, in de opstanding van degenen die gered zijn en die verloren zijn; degenen die gered zijn ten leven, en degenen die verloren zijn in een opstanding tot vervloeking.
Johannes 5:28-29; Marcus 14:62; 2 Thessalonicenzen 1:2-10; Openbaring 1:5-7; 20:4-5; 11-12

In de geestelijke eenheid van gelovigen in onze Heer Jezus Christus.
Johannes 17:11, 21-23; Romeinen 12: 4-5; Efeziërs 4:11-16